Leer schaken

Geschiedenis van het schaken

De oorsprong van het schaakspel is niet precies duidelijk. Men gelooft dat het is ontstaan uit schaakachtige spelen zoals deze bijna tweeduizend jaar geleden werden gespeeld in India. Het schaakspel in zijn huidige vorm kennen we al meer dan 500 jaar!

Het doel van het spel

Jij en je tegenstander leiden beiden een leger. Jouw doel is om de vijandelijke koning te vangen voordat je tegenstander die van jou vangt! Als de koning aangevallen staat en er is geen ontsnapping meer mogelijk, heet dat "schaakmat," en je wint!

Iedere speler begint met een trouw leger van 16: de Koning, de Dame, twee Torens, twee Lopers, twee Paarden en acht Pionnen.

Een partij beginnen

Bij het begin van het spel moet het schaakbord zo liggen dat voor allebei de spelers het veld rechtsonder wit is. Daarna kunnen de schaakstukken op het bord worden geplaatst. In de hoeken komen de torens. Naast de torens komen de paarden en daarnaast komen de lopers. De dame staat aan het begin van het spel altijd op haar eigen kleur (de witte dame op een wit veld, de zwarte dame op een zwart veld) met de koning op het vakje ernaast. Op de tweede rij staan acht pionnen.

De speler met de witte stukken begint altijd. Dus het is eerlijk om om de beurt met wit en met zwart te spelen. Bij iedere beurt verzet je een van je stukken (met uitzondering van één speciale zet). Daarna is je tegenstander aan de beurt. Je zet steeds om de beurt totdat een van de koningen mat staat... of een van de legers geheel is vernietigd!

Hoe de schaakstukken bewegen

Elk van de 6 verschillende stukken en pionnen beweegt op eigen wijze. De meeste stukken kunnen niet door andere stukken heen bewegen - alleen het Paard kan over alles heen springen wat hem in de weg staat! Ook kan geen enkel stuk naar een veld waar al een eigen stuk staat. Maar als er een stuk van de tegenstander staat, mag het wel: dit is hoe je stukken van je tegenstander kunt slaan!

De Koning

Koning

De Koning is het belangrijkste stuk, want als je hem verliest, verlies je de partij. Maar hij is ook een van de zwakste. Daarom heeft hij meestal de hulp van zijn vrienden nodig om hem te beschermen. De Koning kan één veld in elke richting bewegen - vooruit, achteruit, opzij en schuin.

De Koning mag nooit worden verplaatst naar een veld waar hij kan worden geslagen (zelfmoord). Als je tegenstander ooit zijn Koning op een veld zet waar je hem kunt slaan, grijp dan niet zijn Koning en lach "hahahaha, ik win!". In plaats daarvan leg je hem uit waarom hij zijn Koning daar niet mag zetten. Daarna kan je tegenstander zijn Koning terugzetten waar hij stond en een andere zet doen.

Klik op de ">" knop in het diagram hieronder om te zien hoe de Koning zich kan bewegen over het bord.

Schaak en schaakmat

Als een vijandelijk stuk dreigt om de Koning te slaan heet dat 'schaak'. Als de Koning niet aan dit schaak kan ontsnappen staat hij 'schaakmat'. Zo win je de partij. Er zijn maar drie manieren waarop de Koning aan een schaak kan ontsnappen: verzet de Koning, hef het schaak op door er een stuk tussen te plaatsen of sla het stuk dat de Koning schaak heeft gezet. Als dit alle drie niet kan, is de partij voorbij. De Koning wordt niet echt geslagen of van het bord genomen, maar de partij is wel klaar.

De Dame

Dame

De Dame is het machtigste stuk. Net als de Koning kan zij in elke rechte lijn bewegen - vooruit, achteruit, opzij en schuin - maar in tegenstelling tot de Koning is zij supersnel. Ze kan zelfs zo ver bewegen als ze wil, zolang ze niet door andere stukken heengaat. Zoals bij elk ander stuk, als de Dame een stuk van de tegenstander slaat, is dat het veld waarop zij eindigt.

Klik door het diagram hieronder om te zien hoe de Dame beweegt. Zie hoe de witte Dame de zwarte Dame slaat, waardoor de zwarte Koning gedwongen wordt om te zetten.

De Toren

Toren

De Toren beweegt bijna zoals de Dame: zo ver als hij wil in een rechte lijn, maar alleen vooruit, achteruit en opzij (dus niet schuin).

De Loper

Loper

De Loper is de "andere helft" van de Dame. Hij beweegt zover hij wil, maar alleen schuin. Je begint met één Loper op een licht veld en één Loper op een donker veld en je zult merken, omdat ze alleen schuin bewegen, dat ze allebei op de kleur velden blijven waar ze op beginnen. Lopers werken goed samen omdat de één de velden bestrijkt waar de ander juist niet kan komen. Samen bestrijken ze alle velden.

Het Paard

Paard

Paarden bewegen heel anders dan de andere stukken - ze gaan twee velden in een richting en daarna één veld opzij, een soort L-vorm. Paarden zijn ook de enige stukken die over andere stukken heen kunnen bewegen, zowel over vijandelijke als over eigen stukken. Je kunt dan ook zeggen dat een Paard "springt". Check deze paardensprongen:

De Pion

Pion

Bij het begin bestaat de helft van je leger uit Pionnen. Het is daarom heel belangrijk om te begrijpen hoe je deze kleine kereltjes kunt gebruiken, hoewel ze niet zo sterk zijn. Pionnen zijn bijzonder omdat ze anders slaan dan ze bewegen. Ze bewegen alleen recht vooruit, maar ze slaan schuin. Pionnen kunnen maar één veld tegelijk vooruit bewegen, behalve bij hun eerste zet. Vanaf hun beginveld kunnen ze één of twee velden naar voren gaan. Pionnen kunnen enkel iets slaan dat op één veld schuin voor hen staat. Ze kunnen niet achteruit bewegen of slaan.

Doordat hij verschillend beweegt en slaat, is de Pion het enige stuk dat geblokkeerd kan worden door vijandelijke stukken: als er een stuk op het veld direct voor de Pion staat, kan de Pion niet bewegen en kan hij ook dat stuk niet slaan.

Promotie

Het mag zo zijn dat pionnen klein en zwak zijn, traag bewegen en moeite hebben zich te verweren tegen de snellere stukken op het bord. Maar pionnen hebben toch grote dromen! Zij willen de held van het schaakbord worden en je de overwinning bezorgen. Pionnen hebben een bijzondere eigenschap die deze droom kan laten uitkomen.

Als een pion de overkant van het bord bereikt, verandert hij in een van de andere stukken (dit heet promoveren), maar niet in een pion of een koning. [Opmerking: Een veelgehoorde misvatting is dat een pion alleen mag promoveren tot een stuk dat al geslagen is. Dit is NIET waar.] Meestal promoveert een pion tot dame omdat dit het machtigste stuk is. Enkel pionnen kunnen promoveren; geen enkel ander stuk kan dit!

En passant

De laatste regel bij Pionnen is de "en passant-regel". Dit is Frans en betekent "in het voorbijgaan". Wanneer een Pion twee velden vooruit gaat vanaf zijn beginpositie en hierbij direct naast een vijandelijke Pion landt (feitelijk deze voorbij rennend zonder dat deze de kans heeft om te slaan), kan de vijandelijke Pion de andere Pion slaan alsof deze slechts één veld vooruit is gespeeld. Deze speciale zet moet wel meteen worden gedaan. Een beurt wachten mag niet. Dan is het niet langer toegestaan. Klik door het voorbeeld hieronder om deze vreemde maar belangrijke regel beter te begrijpen.

Rokade

Een andere speciale regel is de rokade, Dit is de enige zet waarbij je twee stukken kunt spelen. Met deze zetcombinatie vang je twee vliegen in een klap: je brengt je Koning in veiligheid (hopelijk) en tegelijkertijd breng je je Toren in het spel. De speler aan zet mag zijn Koning twee velden zijwaarts bewegen en dan zijn Toren over de Koning bewegen en deze direct ernaast plaatsen. (Zie het voorbeeld hieronder.) Om te kunnen rokeren moet er wel aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • het moet de allereerste zet zijn die de koning doet
  • het moet de allereerste zet zijn die deze toren doet
  • er mogen geen stukken tussen de koning en de toren in kwestie staan
  • de koning mag niet schaak staan, of over een veld gaan waar hij schaak zou staan

Merk op dat Je twee kanten op kunt rokeren. Wanneer je rokeert naar de kant waar de Koning dichter bij de rand van het bord staat, heet dit korte rokade. Rokeren naar de andere kant, daar waar de Dame tussen stond, heet lange rokade. Naar beide zijden beweegt de Koning altijd twee velden zijwaarts.

Remises

Af en toe eindigen schaakpartijen niet met een winnaar, maar is het gelijkspel. Er zijn vijf redenen waarom een schaakpartij eindigt in remise:

  1. De partij bereikt een patstelling (of 'pat'), waarbij de speler die aan de beurt is geen legale zet meer kan doen, maar zijn koning NIET schaak is gezet
  2. De spelers mogen een remise overeenkomen en stoppen met spelen
  3. Er zijn niet genoeg stukken meer op het bord om schaakmat te kunnen geven (voorbeeld: Koning en Loper tegen Koning). Dit is automatisch remise!
  4. Een speler geeft aan dat het remise is als precies dezelfde stelling drie keer is voorgekomen (niet noodzakelijk drie keer achter elkaar)
  5. Er zijn vijftig zetten op rij gespeeld door beide spelers, zonder dat er een pion is verplaatst of een stuk is geslagen. Dit betekent dat er geen vooruitgang is geboekt!

Als je tot hier bent gekomen, ben je klaar om te gaan spelen! Hierna komen nog extra regels voor toernooien, varianten en wat eerste adviezen om goed te leren schaken.

Chess960

Chess960 (ook wel Fischer Random genoemd) is een variant van schaken volgens de normale schaakregels, behalve dat de beginopstelling van de stukken willekeurig (ad random) wordt bepaald aan het begin van elk spel.

Voor het plaatsen van de stukken bestaan twee regels: de Lopers moeten op verschillende kleuren staan en aan elke zijde van de Koning moet één Toren staan. De witte en de zwarte stukken staan opgesteld in spiegelbeeld.

Er zijn precies 960 mogelijke beginopstellingen met inachtneming van deze twee regels (vandaar de naam "960").

De enige afwijkende regel is bij het rokeren: de regels zijn overwegend hetzelfde (de Koning en de Toren mogen nog niet hebben bewogen en je kunt niet rokeren terwijl je schaak staat of schaak komt te staan), met als extra regel dat op de velden tussen waar de Koning en de te rokeren Toren komen te staan geen andere stukken staan dan de Koning en de Toren zelf. En in plaats van twee velden opzij gaat de Koning naar het veld waar hij bij normaal schaken ook heen zou gaan: naar g1 bij de korte rokade en naar c1 bij de lange rokade.

Enkele Toernooiregels

Veel toernooien gaan volgens vaste gemeenschappelijke regels. Deze regels gelden niet als je thuis of online schaakt

Aanraken is zetten

Als een speler een van zijn stukken aanraakt dan moet hij dat stuk spelen zolang er een geldige zet mee kan worden uitgevoerd. (Uiteraard is het niet mogelijk om bij online schaken een stuk "aan te raken" dus dit is een toernooiregel die op onze website niet van toepassing is). Als een speler een stuk van de tegenstander aanraakt, moet hij dat stuk slaan. Een speler die een stuk wil aanraken alleen om het recht te zetten, kan dit doen maar moet dit dan eerst duidelijk aan zijn tegenstander kenbaar maken, meestal door te zeggen "ik zet recht".

Inleiding tot klokken en timers

Bij de meeste toernooien worden schaakklokken gebruikt om de tijd te reguleren voor iedere partij, niet voor iedere zet. Dat komt omdat tijdens de eerste schaaktoernooien in de negentiende eeuw, sommige spelers gewoon geen zet meer deden zodra ze verloren stonden. Deze perfecte strategie voorkwam dat zij ooit verloren... en dat het toernooi ooit eindigde! Toen is de schaakklok bedacht, die nu bij de meeste toernooien niet meer is weg te denken.

Elke speler krijgt evenveel tijd voor de gehele partij en kan deze naar wens gebruiken. Zodra een speler een zet heeft gedaan, drukt hij de schaakklok in waardoor zijn klok stopt en die van de tegenstander begint te lopen. Als een speler al zijn tijd heeft verbruikt (dit heet 'door de vlag gaan') kan de tegenstander de winst claimen (tenzij hij niet voldoende materiaal over heeft om mat te zetten, want dan is het remise). Klik hier om twee spelers aan het werk te zien in een snelle partij met een schaakklok!

Basisstrategie

Er zijn vier eenvoudige dingen die elke schaakspeler moet weten:

#1 Bescherm je koning

Breng je koning naar de hoek van het bord waar hij meestal veiliger staat. Stel de rokade niet uit. Meestal moet je zo snel mogelijk rokeren. Vergeet nooit dat het niet uitmaakt dat je je tegenstander bijna mat hebt gezet als je zelf eerder mat gezet wordt!

#2 Geef stukken niet zomaar weg

Let op je stukken! Elk stuk is waardevol en je kunt de partij niet winnen zonder stukken. Die heb je nodig om de tegenstander schaakmat te zetten. Veel spelers gebruiken een makkelijk systeem om de waarde van de stukken te bepalen:

  • Een pion is 1 waard
  • Een paard is 3 waard
  • Een loper is 3 waard
  • Een toren is 5 waard
  • Een dame is 9 waard
  • De koning is oneindig veel waard

Aan het einde van het spel hebben deze punten geen betekenis. Het is simpelweg een systeem dat je kunt gebruiken terwijl je speelt, zodat je weet wanneer je moet slaan of ruilen en wanneer juist niet.

#3 Probeer het centrum van het bord te beheersen

Je moet proberen om met je stukken en pionnen het centrum van het bord in handen te krijgen. Als je het centrum beheerst, heb je meer ruimte om te bewegen en het is dan voor je tegenstander juist moeilijker om goede velden te vinden voor zijn stukken. In het voorbeeld hieronder doet wit sterke zetten om het centrum te beheersen terwijl zwart zwakke zetten doet.

#4 Gebruik al je stukken

In het voorbeeld hierboven heeft wit al zijn stukken in het spel gebracht! Je stukken zijn niet veel waard als ze op de achterste rij blijven staan. Probeer ze allemaal in het spel te brengen, zodat je meer stukken tot je beschikking hebt als je gaat aanvallen. Maar één of twee stukken gebruiken bij een aanval zal niet werken bij een goede tegenstander.

Beter worden in schaken

Het kennen van de regels en basisstrategieën is nog maar het begin - een heel leven is niet genoeg om alles te leren over schaken! Om je spel te verbeteren moet je drie dingen doen:

#1 - Speel

Gewoon blijven spelen! Speel zo veel mogelijk. Leer van elke partij die je speelt - partijen die je wint én partijen die je verliest.

#2 - Studeer

#3 - Veel plezier

Raak niet ontmoedigd als je niet meteen al je partijen wint. Iedereen verliest - zelfs wereldkampioenen. Zolang je het leuk vindt en leert van de partijen die je verliest, is schaken een hobby voor het leven!